Artikel downloaden

 

Hondenhersenen

 

Een pup krijgt heel veel prikkels binnen maar beleeft maar een klein deel, en hij moet de prikkels nog leren interpreteren. Door de pup rustig te socialiseren waarbij hij plezierige emoties aan die prikkels kan koppelen krijgt de hond een goede basis. Honden kunnen in de puberteit meer zien en ruiken, en hun hersenen ontwikkelen verder, waardoor ze meer informatie kunnen verwerken. Door alle hormonen krijgen sommige geuren, zoals die van honden van het andere geslacht, meer betekenis. De puberteit duurt bij mensen tot een jaar of 25, en bij honden tot een jaar of 3 á 4. Het gedrag in de puberteit is niet stabiel, maar naarmate de puber ouder wordt zal hij steeds beter weten welke keuzes bij hem passen, waardoor zijn gedrag steeds voorspelbaarder wordt. Bij de meeste honden is het pubergedrag het heftigst tussen de 9e en de 11e maand.

 

Snoeien in het Brein

Pups zijn net ‘sponsjes’, ze absorberen alles wat in hun omgeving gebeurt en alles wat je ze aanleert, voor zover hun zintuigen en hersenen dit aankunnen. In de puberteit echter beginnen de hersenen aan een ‘snoeiproces’. Dit is een grote reorganisatie van verbindingen tussen diverse kernen in het brein. Het limbische brein, het onderdeel dat met emotie en stress te maken heeft, is bij de puber iets groter dan bij een pup of volwassen hond, dus een puber is emotioneler en creatiever. Dit terwijl de neocortex, dat zorgt voor remmingen, juist nog onvoldoende ontwikkeld is. Heel veel pubergedrag is te verklaren vanuit een te veel aan emotie en/of een afwezigheid van remmingen. Maar we moeten niet onderschatten hoeveel invloed het snoeiproces heeft!

 Het snoeien in het brein is nodig om perspectief te brengen in alles wat een pup geleerd heeft. Verbindingen die niet meer relevant zijn gaan verloren waardoor andere verbindingen uitgroeien tot sterkere verbindingen. Dat is belangrijk want een puber wordt verantwoordelijk voor zijn eigen voedsel voorziening en zijn eigen veiligheid, en wordt klaargestoomd voor de voortplanting. Door het snoeiproces wordt alleen de kennis die nog steeds belangrijk is in de puberteit meegenomen naar de volwassenheid. In dezelfde tijd ontwikkelt door de hormonen het lichaam zich verder, ook al lijkt de hond in hoogte niet heel veel meer te groeien.

De ontwikkeling van het brein gaat in horten en stoten omdat soms stevige verbindingen, zoals het begrijpen van het woordje ‘zit’, worden weggesnoeid en dus hersteld moeten worden. Ook kunnen zwakke verbindingen, bijvoorbeeld het opspringen naar mensen of het slopen, door een overschot aan emotie verstevigd worden waardoor wij als eigenaar weer ons best moeten doen om ze af te zwakken.
In de puppytijd lijkt de hond met de dag meer te kunnen, maar omdat hij in de puberteit zowel verbindingen kwijtraakt als verstevigd, en er zelfs hersencellen dood gaan, kan het heel erg wisselen wat de hond aankan. Het kan wisselen van dag tot dag of zelfs van uur tot uur. Begin dus altijd een oefening op een laag niveau en bouw de oefening op in de snelheid die de hond op dat moment aankan.

 

'Hij doet het niet meer'

De puber hond heeft door alle ontwikkelingen in het brein veel momenten waarop hij ‘het gewoon even kwijt is’. Het kan zijn dat je een puber vraagt om iets te doen dat hij al honderd keer eerder zonder moeite heeft gedaan, en dat hij dan wegloopt, geen reactie geeft of reageert met stress. Mensen zeggen dan ‘hij weet het wel, hij wil gewoon niet luisteren’ of misschien ‘hij is ongehoorzaam’.
Maar wat er eigenlijk gebeurt is dat de hond zo’n oefening vaak niet kan uitvoeren. Soms lukt het niet omdat ze door het snoeiproces gewoon even kwijt zijn wat de bedoeling is. Een van de verbindingen die hoort bij de oefening is even afgezwakt of verbroken, en moet dus weer opgebouwd of verstevigd worden. Je begint met een puber best vaak weer helemaal opnieuw aan oefeningen, maar soms kunnen pubers ook opeens hele sprongen maken in hun begrip van een oefening of situatie.
Als ze een oefening niet kunnen kan dit ook komen doordat ze even onvoldoende controle over hun lichaam hebben, of door alle veranderingen even het vertrouwen kwijt zijn dat hun lichaam reageert hoe ze dat willen. In het algemeen geldt dat de puberhond iets meer tijd of aanwijzingen nodig heeft. Dit wil uiteraard niet zeggen dat je hond in de puberteit niet gaat uitproberen waar hij mee weg kan komen, dat doen ze absoluut wel. Als je iets van de hond vraagt, geef het dus niet zomaar op met het idee dat het na het snoeiproces wel weer beter wordt. Denk goed na vóórdat je iets vraagt, zodat je niet meer vraagt dan de puber aankan, begin bij het begin en bouw de oefening op. Hoeveel de puberhond aankan, verschilt per dag of zelfs per uur, dus  ga niet te snel.

 

Emotie en geur

Naast eventuele moeilijkheden door lichamelijke veranderingen of door het snoeiproces in de hersenen, kan het ook zijn dat een puber een opdracht niet uitvoert omdat alle prikkels en emoties zo hard binnenkomen dat hij geen concentratie kan opbrengen.
In de puberteit zijn er meer en gevoeligere receptoren voor dopamine in de hersenen. Dopamine is een ‘feel good’ stofje waar puberhonden euforisch van worden, ze gaan eigenlijk een beetje trippen op deze dopamine. Je ziet dus vaak dat een hond niet wil terugkomen omdat de hersenen gewoon meer ‘feel good’ stofjes aanbieden dan wij als eigenaar kunnen geven. Roep dus alleen als je denkt dat je loslopende puberhond voldoende aandacht en rust heeft om te luisteren. Bij veel pubers is er een periode waarbij ze eigenlijk nooit voldoende aandacht en rust hebben, het kan verstandig zijn om dan een paar maanden een lange lijn te gebruiken. Neem een vaste lijn en geen uitrollijn, want dan kan je als je puber een keer een goede dag heeft de lijn over de grond laten slepen en zo de hond stapsgewijs iets meer vrijheid geven. Uiteindelijk zullen er steeds meer goede dagen of uren zijn, en kun je langzaamaan de hond meer verantwoordelijkheid geven wanneer hij dit aankan.

 

In de puberteit gaat de geurenwereld, die al belangrijk was voor de pup, pas echt open. Geur waarschuwt voor gevaar en die informatie moet zo direct mogelijk overkomen, dus de verbinding tussen de neus en de hersenen wordt heel kort en stevig. Veel pubers hebben extra veel behoefte aan  rondkijken en op de grond snuffelen of likken. Zolang ze dit op een ontspannen manier doen, is het verstandig om ze de tijd te geven om de informatie over de wereld in hun eigen tempo op te nemen. Dit is een belangrijk proces om de juiste verbindingen in de hersenen te leggen. Gaat de hond echter heel gespannen kijken, bijvoorbeeld naar andere honden, is het verstandig om dit even te onderbreken zodat de spanning weer even zakt. Bij spanning kan het namelijk zijn dat de hond een hersenverbinding aanmaakt die er later voor zorgt dat de hond snel gaat reageren op de spanning, bijvoorbeeld door te blaffen naar wat hij spannend vindt. Het is heel belangrijk dat de puberhond informatie opneemt, maar dat kan hij alleen als hij de rust heeft om erover na te denken. Bij te hoge spanning zal hij minder goed informatie opnemen.

Bij gedrag tussen honden onderling krijgen geuren een andere betekenis doordat de puber geslachtsrijp wordt. In de hersenen worden geuren steeds beter gekoppeld aan informatie van andere zintuigen, in dit proces worden meegenomen de eerdere ervaringen van de pup, emoties, en zijn eigen gedrag en de reacties van de omgeving op dit gedrag. Dit betekent dat het hele brein meedoet en allerlei gebieden in het brein met elkaar moeten communiceren. De puberteit activeert ook kernen in het brein die daarvoor redelijk rustig waren. Bijvoorbeeld een pup gaat wel achter een speeltje aan dat wordt weggeworpen maar een puber (verantwoordelijk voor de eigen voedselvoorziening) kan ineens achter elke jogger, fietser, kat etc. gaan rennen.

Doordat alle verschillende hersengebieden beter met elkaar gaan communiceren, en er meer kennis is over de wereld, zal een puber sneller op bepaalde prikkels reageren dan een pup. Maar doordat de remmingen in de neocortex nog onvoldoende ontwikkeld zijn, betekent dit dat waar de puppeneigenaar afleiding nog van verre aan ziet komen, de eigenaar van een puberhond niet altijd meer sneller kan reageren dan de hond. Vanaf dat moment zal de eigenaar meer gaan letten op de signalen die zijn eigen hond geeft dan op de afleidingen in de omgeving, omdat de hond de afleidingen vaak sneller gezien of geroken heeft dan de eigenaar.
Een puber kan ook lekker de clown uithangen en ons zelfs te slim af worden. Dit kan heel vervelend zijn, als je puber bijvoorbeeld je schoenen steelt terwijl je te laat voor je werk bent. Door de heftige emotie en zwakke remmingen, zijn pubers vaak creatiever en inventiever dan pups of volwassen honden. Hopelijk kan elke eigenaar van een puberhond hier toch stiekem ook wel van genieten! Ook al moeten we er misschien even een kwartiertje eerder voor opstaan om extra tijd in te bouwen voor onvoorspelbaar gedrag...