Artikel downloaden

 

Voer en Gewicht

Wij willen allemaal onze hond het beste bieden in het leven. Hierbij hoort ook het beste voer. De meeste honden vinden alles lekker, maar dat betekent niet dat alles ook goed voor ze is. Bovendien kan zelfs het beste voer slecht zijn voor de hond, als er hoeveelheden worden gegeven die niet bij de grootte van de hond passen.

 

Het juiste gewicht

Om te weten of jouw hond een goed gewicht heeft is er een handige graadmeter. Houd je ene hand slap en wrijf je met de vinger van je andere hand over de rug van je slappe hand. Je voelt hier bij de botjes in je hand. De dikte van het weefsel dat je voelt over de handbotjes heen, is ongeveer de dikte die je moet voelen als je met je vingers over de ribben van je hond gaat. Bij een hond met dikke vacht zul je eerst met je vingers in de vacht moeten graven zodat je bij de huid komt. Je vingers moeten op de huid liggen om goed over de ribben te kunnen voelen.

Als de hond veel onder- of overgewicht heeft, is dit te zien zonder zijn ribben te voelen. Bij ondergewicht (1) kun je de ribben, heupbeenderen en de wervels op de rug zien. Bij een langharige hond is dit minder goed te zien en zal vooral een gebrek aan bespiering opvallen. Sommige honden, bijvoorbeeld de windhonden, kunnen minder vetweefsel onder de huid opslaan. Bij hen is het normaal dat je de ribben tijdens draaien om hun as kunt zien. Het is verstandig om altijd het gewicht te beoordelen op wat je voelt, en niet alleen op hoe de hond eruit ziet. Bij een normaal gewicht (2) zal een hond een klein laagje spek onder de huid hebben, waardoor de ribben niet uitsteken of direct te zien zijn. Een hond met een normaal gewicht heeft een mooie taille, die zowel vanaf de bovenkant als de zijkant goed te zien is. Ook honden met een dikke vacht hebben een taille, maar deze is vaak beter te zien van bovenaf dan van de zijkant. Helaas hebben veel honden overgewicht (3). Bij overgewicht zal de taille niet meer invallen maar opgevuld zijn.
De lijn van de buik naar het kruis loopt niet meer mooi omhoog. Bij zwaar overgewicht zal de lijn tussen de ribben en de heupen recht zijn, en kan de hond een doorgezakte rug krijgen.
Pups tot 6 maanden hebben perioden met ietsje meer spek en magere perioden, dit wisselt elkaar af. Een puber is schraal omdat door de werking van hormonen het lichaam qua bespiering in ontwikkeling is en nog moet uitzwaren. Een volwassen hond van 3 jaar of ouder moet voldoen aan de eerder genoemde richtlijnen. Vaak zal een hond naarmate hij ouder wordt iets minder gaan bewegen en dus minder voer nodig hebben. Het is belangrijk om zjin portie hierop aan te passen zodat hij ook op hogere leeftijd slank blijft.
Na castratie moet de hoeveelheid van het voer aangepast worden. Doordat er in het lichaam van de hond geen geslachtshormonen meer actief zijn, zal de hond minder voer nodig hebben. Het is verstandig om na de operatie de hoeveelheid voer met een kwart te verminderen. Uiteraard blijf je de hond regelmatig goed bekijken, voelen en wegen om te zorgen dat hij niet aankomt of afvalt.
Op voerzakken van meer dan 3 kilo staat een tabel waarmee je kan berekenen hoeveel voer je aan je hond moet geven. Echter, veel voerfabrikanten zetten op de voerzak de hoeveelheid voer die een heel actieve hond nodig heeft. De meeste van onze huishonden zijn niet de hele dag in beweging en hebben daarom minder nodig dan op de zak staat. Goed voelen en kijken naar je hond is de beste leidraad om je hond op het goede gewicht te houden. Het is heel normaal als je hond niet precies de hoeveelheid nodig heeft die op de verpakking staat.

Voerkeuze

Tegenwoordig vind je in de dierenwinkel een overdaad aan verschillende soorten en merken voer. Allemaal met verschillende ingrediënten en samenstellingen daarvan. Bij voerkeuze is de eerste overweging dat de maat van de brok bij de maat van de hond past. Voor een kleine hond moet je bijvoorbeeld niet te grote brokken hebben, omdat hij deze niet zo goed kan kauwen.
Honden zijn aangepaste carnivoren, technisch gezien zouden zij zonder vlees kunnen overleven. Dit is te zien in het gebit, honden hebben meer kiezen en katten hebben scherpere snijtanden. Echter, het is niet aan te bevelen om een hond vegetarisch te voeren. Katten daarentegen zijn strikte carnivoren, Dit betekent dat zij zonder vlees zullen overlijden, omdat zij bepaalde stoffen nodig hebben die alleen in vlees zijn te vinden.
Er zijn vele soorten voer die goed zijn voor de hond en er zijn vele merken die goed voer leveren. Uiteindelijk kies je voor een bepaald type en merk voer, waarbij je uiteraard ook de prijs en verkrijgbaarheid mee laat wegen. Een hond kan het op meerdere merken/soorten voer goed doen. Als een hond het niet goed doet op bepaald voer hoeft dit niet te betekenen dat er iets mis is met de kwaliteit van het voer.
Of de hond het goed doet op het voer dat je geeft kan je vooral zien aan de ontlasting van de hond. Dat moet goed van vorm zijn en de hond mag niet te veel winden laten. Vaak zie je dat een hond bij kwalitatief goed voer minder ontlasting produceert. In ieder geval geldt dat de ontlasting relatief stevig en droog moet zijn, maar niet hard. Goede ontlasting is gemakkelijk op te pakken met een zakje, zonder iets achter te laten op de grond, en zonder uit elkaar te vallen. Let wel op dat als je hond regelmatig diarree heeft, dit ook kan liggen aan snoepjes of kauwmateriaal en niet per se aan het voer. Verder heeft een hond die geschikt voer krijgt een mooie glanzende vacht en is hij energiek. Ben je niet helemaal tevreden en wil je wisselen van voer, let er dan op dat je pas na 4 tot 6 weken goed kunt zien wat het verschil is. Tot die tijd kunnen nog bestanddelen van het oude voer werkzaam zijn.
Normaal voer heeft als hoofdbestanddeel kip of gevogelte, waaraan verschillende granen en andere ingrediënten zijn toegevoegd. Voor de meeste honden is dit prima. Sommige honden zijn allergisch, en hebben bijvoorbeeld jeuk. Als je vermoedt dat je hond allergisch is, bespreek dit met je dierenarts. Hij/zij kan je helpen met een speciaal dieet te proberen te achterhalen waar je hond precies allergisch voor is.
Als je hond moet afvallen, is het verstandig om te kijken of hij een overschot aan calorieën binnenkrijgt via koekjes, of doordat je teveel voer geeft. Als hij teveel koekjes krijgt kan je die koekjes vervangen door brokjes van het voer en die in mindering te brengen op het voer dat je in de bak geeft. Geef je teveel voer dan kan je elke dag iets minder geven totdat je op het niveau bent waarvan je denkt dat beter is. Na enkele weken kun je dan evalueren of hij goed op gewicht is of nog verder moet afvallen. Er wordt in de dierenwinkel ook dieetvoer verkocht. Dieetvoer is geschikt als een hond kleinere maaltijden niet accepteert en gaat jammeren of overmatig van de straat eet. In het dieetvoer zitten ingrediënten zoals rijst, die een vol gevoel geven zonder dat de hond hier dik van wordt. Sommige honden doen het goed op natvoer of vers vlees. Vaak vinden honden natvoer erg lekker, maar het is relatief duur. Ook voor natvoer geldt dat niet alle honden het goed verdragen. Dit kan betekenen dat de hond er diarree van krijgt. Om te zien of natvoer een goed voer is voor je hond is het belangrijk om te blijven letten op ontlasting, vacht en energie van de hond. Een hond die natvoer of vers voer krijgt zal minder drinken dan een hond die brokken krijgt.

Voerfabrikanten proberen hun voer aan te prijzen met mooie verhalen. “Biologisch” zegt alleen iets over de herkomst van de ingrediënten, niet over de hoeveelheid. Als er staat “X procent kip”, wordt er niet bij gezegd of dit plofkip is. Elke fabrikant maakt een afweging tussen het soort en de hoeveelheid ingrediënten om een zo volledig mogelijk voer te maken. Als je naar de ingrediëntenlijst kijkt, kijk dan goed of de woorden specifiek of vaag zijn. Als er staat gevogelte in plaats van kip, betekent dit dat de fabrikant eventueel ook kalkoen of fazant kan kopen als dat op het moment van inkopen het goedkoopste is. Het merendeel van de honden zal hier geen probleem mee hebben. Soms komt het voor dat een hond plotseling reageert met diarree, terwijl je niet van voer bent gewisseld. Bij sommige merken verschilt de samenstelling van het voer per zak, en kan een hond met een gevoelige maag diaree krijgen als je van de ene zak op de andere overgaat. Het is dan verstandig om over te stappen op een ander merk. Let wel dat de hond ook op latere leeftijd een allergie kan ontwikkelen. Als je hond aanhoudende diarree, jeuk of andere symptomen heeft, overleg dan met de dierenarts.

 

Speciaalvoer

Voerfabrikanten maken reclame met voer voor verschillende levensstijlen of zelfs rassen. Vaak is de samenstelling van dit speciaalvoer vergelijkbaar met de ‘normale’ versie van hetzelfde merk, maar zijn er verschillende supplementen toegevoegd. In voer voor grote rassen of oudere honden zitten bijvoorbeeld vaak supplementen voor de ondersteuning van de gewrichten. Een overschot of juist tekort aan vitamine of mineralen kan gevolgen hebben voor de gezondheid van je hond.

Vooral bij puppies kan een onjuiste balans van vitamines of mineralen invloed hebben, omdat dit kan leiden tot groeistoornissen. Als je een soort voer geeft waar al supplementen aan zijn toegevoegd is het daarom niet verstandig ook losse supplementen te geven, tenzij dit wordt aanbevolen door een dierenarts. Niet alle supplementen die in het voer zitten zijn voor elke hond effectief of nodig, maar de fabrikant maakt er graag reclame mee.
Supplementen worden vaak ook gebruikt om de vacht mooier te laten glanzen, hiervoor wordt bijvoorbeeld gekozen voor visolie of knoflooktabletten. Als het voer echter goed geschikt is voor de hond, zal zijn vacht glanzen en is het geven van supplementen onnodig. Veel voerfabrikanten zullen ook al supplementen in het voer doen. Bij een hond die weinig soorten voer verdraagt, kunnen losse supplementen soms zinvol zijn, maar het is verstandig om goed na te denken of je hiermee de gezondheid van de vacht ondersteunt of dat je dit doet om cosmetische redenen. Ook bij supplementen voor de vacht geldt dat een overdosering schadelijk is.

Een ander verschil tussen normaal en speciaalvoer is de caloriedichtheid. Zoals eerder uitgelegd is dieetvoer minder calorierijk, maar het geeft de hond wel een vol gevoel. Hetzelfde geldt voor het meeste ‘seniorenvoer’. Vaak worden oudere honden iets minder actief en hebben daarom minder voer nodig. Bij een hond die protesteert tegen vermindering van zijn porties is seniorenvoer aan te bevelen. Uiteraard geldt dat zolang de hond niet aankomt, de porties niet aangepast hoeven worden. Er bestaat ook speciaalvoer waarbij de caloriedichtheid juist extra hoog is. Dit is alleen van toepassing bij werk- of sporthonden die zeer regelmatig intensief bewegen. De caloriedichtheid van puppyvoer is doorgaans hoger dan die van normaal voer, omdat puppen veel moeten groeien. Het is verstandig om rekening te houden met de caloriedichtheid van het voer bij het bepalen van de porties. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de leeftijd van de hond. Een hond van 6 maanden en ouder hoeft geen puppyvoer meer krijgen.

 

Hoe te voeren

Als je wilt wisselen van voer is het verstandig om het nieuwe voer over ongeveer een week steeds meer in het oude voer te mengen. Als je van de ene dag op de andere overstapt op nieuw voer, zal de hond diarree krijgen. Je kunt beginnen met 2 dagen ¾ van het oude voer te geven en ¼ nieuw voer, dan 2 dagen half om half en daarna 2 dagen ¼ oud voer en ¾ nieuw voer. De overgang wordt hierdoor geleidelijker. Als jouw hond een gevoelige maag heeft is het verstandig om twee weken lang te mengen.
De meesten van ons zullen het voer meermaals per dag bij de hond in zijn bak geven. Bij jonge honden is het aan te bevelen om de brokjes niet in de bak te voeren maar mee te nemen op de wandeling. Op die manier kan je veel belonen op het moment dat de hond aandacht heeft voor jou. Een hond die geen honger heeft, heeft minder reden om aandacht op zijn eigenaar te richten. Dit geldt extra voor jonge honden die de wereld nog aan het ontdekken zijn.
Het voer de hele dag voor de hond laten staan is evenmin aan te raden. In deze situatie ontneem je jezelf de mogelijkheid om de hond met voer te kunnen belonen. De hond kan dan namelijk zelf voor een gevulde maag zorgen, wanneer hij wil.
Puppy’s hebben fysiek een heel klein maagje en hebben voor de groei veel voer nodig. Daarom moeten ze meerdere malen per dag worden gevoerd. Volwassen honden kunnen meestal met twee maaltijden de dag door. Honden kunnen er echter slecht tegen om nuchter te zijn. Het kan voorkomen dat een hond ‘s ochtends vroeg een klein beetje overgeeft, waarbij er in het braaksel geen brokjes te zien zijn. Dit kan betekenen dat de avondmaaltijd te vroeg wordt gegeven. Het is verstandig om te proberen (een gedeelte van) de avondmaaltijd later op de avond te geven, en te zien of het braken hiermee ophoudt. Uiteraard kan overgeven ook duiden op ziekte.
Als je de hond in de bak voert, is het verstandig om aan te leren dat de hond jou voldoende tijd geeft om de bak neer te zetten. Zo leert de hond zich te beheersen ook als er voer in het spel is. Om dit aan te leren laat je de hond eerst op een bepaalde plek zitten of staan. Daarna breng je de bak naar beneden maar zodra de hond opstaat, naar voren loopt, springt of jankt gaat de bak weer omhoog. Pas als de hond weer zit of naar achter loopt gaat de bak naar beneden. Dit kan inhouden dat je een aantal minuten de bak op en neer beweegt, afhankelijk of je hond op de juiste plek of in de juiste houding blijft. Als je dit bij elke maaltijd doet dan heeft je hond dit snel door. Je kunt dan verder gaan met aanleren dat hij pas mag eten op jouw teken, bijvoorbeeld: “Eet smakelijk!”. Kan je hond op zijn plek blijven, dan kan je hem aanleren om je eerst aan te kijken voordat je het teken “Eet smakelijk” geeft. Daarna kan je je hond leren dat jij eerst rechtop gaat staan terwijl hij jou aankijkt en gaat dit goed dan kun je zelfs je hond leren dat je eerst een paar stappen weg doet van de etensbak terwijl hij je nog steeds aankijkt voordat je het teken geeft. Zo leert je hond zijn opwinding te beheersen in een situatie met voer. Het is belangrijk dat de hond altijd beschikking heeft over water om te drinken. De meeste honden willen drinken na het slapen of eten, na het spelen of kauwen, na blaffen, stress of opwinding.

 

Problemen rond voer

Sommige honden zijn gespannen rond voer. Dit komt voor bij honden die gefokt zijn voor apporteerwerk en bij honden die in het nest of op jonge leeftijd hebben moeten knokken voor hun maaltje. Belangrijk is om geen conflict aan te gaan en je hond te leren dat het alleen maar leuker wordt als jij bij het eten aanwezig bent. Het laatste is te oefenen door bijvoorbeeld stukjes worst bij de hond te laten vallen als de hond met haar eten of een kluif bezig is.
Puppen kunnen erg wisselend zijn in de hoeveelheid voer die ze per dag eten. In de meeste gevallen is dit normaal. Puppen slaan namelijk eerst bouwstoffen op en worden dan iets dikker. Als er voldoende bouwstoffen zijn opgeslagen krijgen ze een groeispurt, tijdens die groeispurt eten ze weinig. Ook kan het dat eten geen prioriteit heeft omdat ze druk zijn met de wereld om zich heen. Zorg voor voldoende rustmomenten waarin je pup kan eten. Let wel goed op de gezondheid van de pup, want niet willen eten kan ook een symptoom zijn dat er iets mis is. Een pup mag niet afvallen. Het komt ook voor dat je pup juist van alles opeet, dit heeft meestal niet zo veel te maken met honger, maar eerder met het ontdekken van de wereld via de bek. Het is in dat geval verstandig om goed te oefenen met ‘los’. Ook kan je de pup tijdens het wandelen een speeltje te laten dragen.
Sommige honden hebben weinig interesse in eten. Het kan in dat geval zinvol zijn om te kijken of je hond een ander voer lekkerder vindt. Ook kan het zijn dat je hond gewoon niet veel aandrang voelt om te eten als het eten er de hele dag staat. Het is aan te raden om de maaltijd na 10 minuten weg te halen. Wat je ook probeert, blijf goed kijken of de hond afvalt of aankomt, zodat je de maatregelen kan aanpassen.
Bij heel veel honden geldt dat ze zó graag willen eten dat ze gaan schrokken. Dit is niet gezond en kan leiden tot een maagtorsie. Een maagtorsie is het draaien van de maag waardoor er niets meer in of uit kan. Dit is een ernstige aandoening die operatief verholpen moet worden. Zonder ingrijpen van een dierenarts is deze aandoening binnen een paar uur dodelijk. Om schrokken te voorkomen bestaan er anti-schrokbakken. Ook snuffelmatten, voerballen of het uitstrooien van het voer over de grond kunnen worden gebruikt om de hond rustiger te laten eten.

 

Belonen

Er zijn veel verschillende beloningssnoepjes in dierenwinkel. Niet alle opties zijn even gezond, maar zolang je met mate voert zou dit niet hoeven uitmaken. Bij jonge puppy’s is het wel belangrijk om op te letten hoeveel snoepjes je op een dag geeft. Om goed te groeien moet wat een pup eet de juiste verhouding hebben tussen fosfor en calcium. In het voer is dit voldoende uitgebalanceerd, maar bij het bijvoeren met gedroogd vlees beloningen of kauwmateriaal kan deze verhouding uit balans raken doordat gedroogd vlees geen calcium en wel fosfor bevat. Dit kan groeiproblemen in het skelet veroorzaken. Als je veel wilt belonen gebruik dan de gewone voer brokjes, en geef eetbaar kauwmateriaal met mate.
Als je weet wat je hond lekker en minder lekker vindt, kan je dit bij de training inzetten. De stembeloning is voor de meeste honden het minst interessant. Een stembeloning betekent dat je met je stem vertelt dat de hond het goed doet. Brokjes zijn leuker dan een stembeloning, en hondenworst staat meestal bovenaan het verlanglijstje. Als je hond dus iets heel moeilijks moet doen, zoals bijvoorbeeld goed luisteren in een drukke omgeving, kan je kijken of het nodig is om een beloning te geven die een hogere waarde heeft voor je hond. Als je voor alle opdrachten worst geeft, kan het zijn dat de hond het niet zo speciaal meer vindt. Het variëren met beloningen zorgt ervoor dat de hond nieuwsgierig gaat worden naar wat hij nu weer kan verdienen. Let wel op dat een beloning niet zó aantrekkelijk mag zijn dat je hond zich niet meer op je oefening kan concentreren.

 

Leuk en gezond

Ook honden vinden het leuk om af en toe iets nieuws te eten. Als je wilt kijken hoeveel waarde een beloning heeft voor de hond, kan je iets pakken waarvan je denkt dat hij het ongeveer even lekker vindt en deze twee dingen tegelijk aan je hond voorhouden. Je zorgt ervoor dat je handen naast elkaar en precies even ver van de hond zijn. Als je hond kiest voor het een, haal je het andere weg. Het is verstandig om dit nog een keer te doen, waarbij de beloningen in de andere hand zitten. Zo weet je dat de hond kiest voor de lekkerste beloning en niet voor de hand waar hij normaal een beloning uit krijgt.
De meeste honden vinden groente of fruit ook best lekker en veel mensen vinden het gezellig om de hond een stukje te geven. Kijk bij het geven van fruit en groente altijd eerst op internet of wat je wilt geven wel geschikt is voor de hond. Avocado en druiven (ook krenten en rozijnen) zijn bijvoorbeeld giftig voor de hond. Ook is het gevaarlijk om de hond pitten van fruit te laten eten. Geef dus bijvoorbeeld geen hele kersen of pruimen, en ook geen klokhuis van een appel.

 

Geef altijd het fruit of groente op een manier en tijd die jij fijn vindt, niet zomaar elke keer als de hond komt bedelen. Bedelen kan heel dwingend worden als de hond merkt dat dit beloond wordt. Het is beter om honden niet mee te laten delen van onze maaltijd, omdat wij zout gebruiken en dit heel slecht is voor de gezondheid van de hond. Bij honden die op dieet zijn, is het moeilijk om te belonen omdat beloningen niet mogen en het dieetvoer niet altijd lekker wordt gevonden. Stukjes komkommer zijn dan een uitkomst. Houd wel in de gaten of de hond diarree krijgt als je dit regelmatig geeft, en bespreek wat je geeft met de dierenarts als deze het afvallen begeleidt.
Veel rauwe groenten zijn slecht verteerbaar, Vaak maakt dit niet zoveel uit, maar een hond met een gevoelige maag kan hier wel diarree van krijgen. Gekookte groenten worden vaak beter verteerd. Veel honden houden van appel en banaan, maar ook komkommer, sperziebonen en wortel worden vaak met smaak verorberd. Het is vaak heel schattig om te zien hoe de hond reageert op iets wat hij voor het eerst eet, dus geniet ervan om samen avontuurlijk te eten!